Vertrouwen in de wetenschap?

In de onlangs verschenen Skepter (een uitgave van Skepsis, Stichting voor wetenschappelijk onderzoek van paranormale verschijnselen) vertelt cultuursocioloog Peter Achterberg (sinds 1 februari hoogleraar Sociologie aan de Universiteit van Tilburg) over een representatieve steekproef onder de Nederlandse bevolking waarin een groep mensen naar voren komt die een gebrek aan vertrouwen in de wetenschap als institutie combineert met een groot vertrouwen in de wetenschappelijke methode. “De wetenschap is mooi, maar zo’n wetenschapper is niet te vertrouwen.” Een interessante gedachte.

Deze doorgaans laagopgeleide mensen zien de wetenschap als een groot goed, dat in hun ogen door de geïnstitutionaliseerde wetenschap verkwanseld wordt. Ze gaan proberen daar iets aan te doen. Daartoe ontwikkelen ze een eigen wetenschap, gebaseerd op intuïtie en persoonlijke ervaring. Als wetenschappers zich vervolgens met die nieuw ontwikkelde wetenschap gaan bemoeien (“bijvoorbeeld omdat hen verteld is dat ze uit hun ivoren toren moeten komen”) wordt het wantrouwen tegen hen versterkt. Die wetenschappers zeggen immers dingen die niet overeenstemmen met de persoonlijke ervaring en intuïtie en tonen daarmee aan dat ze verpest zijn.

Achterberg zag het zelf gebeuren. Bij een oudervergadering van de basisschool van zijn dochters. Ze hadden twee voedingsdeskundigen van de VU uitgenodigd. Toen deze beweerden dat je elke dag drie vrachtwagens frisdrank met de zoetstof aspartaam zou moeten drinken om er kanker van te krijgen, zag hij bij een groep mensen de weerzin groeien tegen alles wat die deskundigen beweerden.1

Ik vermoed dat veel Skepter-lezers, net als ik, een wenkbrauw optrokken toen ze merkten dat Achterberg de verabsolutering van intuïtie en persoonlijke ervaring op allerlei internetfora als “omarming van de wetenschappelijke methode” en “vertrouwen in de wetenschap als methode” karakteriseert. Je zou het hoogstens “vertrouwen in wat deze mensen als een wetenschappelijke methode ervaren” kunnen noemen.

Toch vond ik het idee dat deze mensen denken wetenschappelijk bezig te zijn een eye-opener. Zo had ik het nooit bekeken. En het verklaart de door Achterberg beschreven dynamiek die ik zeker herken.

Kijk bijvoorbeeld eens naar al die niet in de filosofie opgeleide biologen en neurowetenschappers die een eigen wetenschap over de vrije wil ontwikkeld hebben, gebaseerd op hun persoonlijke intuïtie en ervaring. Hun intuïtie vertelt hen dat er in de filosofie sinds mensenheugenis een discussie gaande is over de vraag of de vrije wil bestaat. Hun intuïtie vertelt hen ook dat die discussie gevoerd wordt tussen deterministen die geloven dat het menselijk handelen vastgelegd is in deterministische natuurwetten, en indeterministen die geloven dat mensen beschikken over een immateriële geest of ziel dankzij welke het menselijk handelen niet geheel door de natuurwetten bepaald wordt.2 Hun wetenschap vertelt hen dat de eerste gelijk hebben.

Kom daar als filosoof maar eens tussen.

Als je probeert uit te leggen dat de discussie in de filosofie vooral gaat over de vraag wat een goede notie van ‘vrije wil’ zou zijn, wordt je ongelovig aangekeken. Als je dan ook nog beweert dat de opvatting dat determinisme en vrije wil niet met elkaar in strijd zijn in de filosofie al sinds eeuwen dominant is, bewijs je daarmee alleen maar dat je niet te vertrouwen bent. Cashmore (een plantenbioloog) heeft “free will” toch duidelijk gedefinieerd als de opvatting dat “there is a component to biological behavior that is something more than the unavoidable consequences of the genetic and environmental history of the individual and the possible stochastic laws of nature”.3 Wie daar anders over denkt probeert de discussie af te leiden van datgene waar het werkelijk om gaat. Ongetwijfeld is dat ingegeven door twijfelachtige motieven zoals het niet onder ogen durven zien van de waarheid of de wens je broodheer onder zijn kin te strijken.4

Maar dit terzijde.

Achterberg vindt het maar lastig. We hebben hier te maken met mondige burgers die niet alles wat ze verteld wordt voor zoete koek slikken. Aan de ene kant wil je niet dat we dankzij deze mondige activisten met z’n allen ongezonde dingen gaan doen omdat we ten onrechte geloven dat ze gezond zijn. Aan de andere kant zijn er ook “voorbeelden uit de geschiedenis van de wetenschap waarin we eerst geloven dat iets goed is en daar dan later op moeten terugkomen.”

Alsof dergelijke veranderingen van inzicht het werk zouden zijn van activistische, mondige burgers.

Ook dit was terzijde.

Waar het mij werkelijk om te doen is, is de dubieuze rol die het idee van ‘de wetenschappelijke methode’ speelt in het denken van Achterbergs (al dan niet “laagopgeleide”) alternatieve wetenschappers, van Achterberg zelf, en, naar ik vermoed, van veel lezers van Skepter. Zij allen lijken er van uit te gaan dat goede wetenschap gekarakteriseerd wordt door een superieure methode; een methode die zou garanderen dat de inzichten van wetenschappelijk onderzoek superieur zijn aan inzichten die op andere wijze verkregen zijn.

Vergeet dat maar.

Percy Bridgman, een natuurkundige aan wie in 1946 de Nobelprijs in de Fysica werd toegekend voor zijn onderzoek naar de eigenschappen van materie onder hoge druk en die verscheidene verhandelingen over de wetenschappelijke methode schreef, zei het in 1945 zo:

The scientific method, as far as it is a method, is doing one’s damnedest with one’s mind, no holds barred.5

Wetenschappers, of het nu om natuurwetenschappers, sociale wetenschappers of geesteswetenschappers gaat, doen, als het goed is, precies hetzelfde wat artsen, detectives, juristen, en ieder ander op zoek naar een waarheid doet of zou moeten doen: ze proberen coherente opvattingen te ontwikkelen in het licht van het beschikbare bewijsmateriaal. Voor zover wetenschappelijke kennis superieur is aan kennis die op een andere manier verkregen is, ligt dit niet aan het gebruik van een of andere superieure methode, maar aan de inzet van een ongekende hoeveelheid hulpmiddelen (meer menskracht, meer tijd, meer data, nauwkeuriger observaties, nauwkeuriger berekeningen, meer instrumenten, meer modellen, analogieën en metaforen, etc. etc.).6

En daarin ligt dan ook de reden dat de opvattingen die in de geïnstitutionaliseerde wetenschap ontwikkeld worden door de bank genomen superieur zijn aan de opvattingen die in internetfora op basis van intuïtie en eigen ervaring ontwikkeld worden: de eigen ervaring is veel beperkter dan het bewijsmateriaal dat, als het goed is, in de geïnstitutionaliseerde wetenschap aangewend wordt; evenals het spectrum aan middelen dat aangewend wordt om opvattingen aan elkaar en aan het bewijsmateriaal te relateren.

“Als het goed is,” zei ik. Tot tweemaal toe.

Te vaak is er gegronde reden voor de veronderstelling dat het niet goed is.


  1. Hans van Maanen, ‘”Wetenschappers maken het soms alleen maar erger”, een interview met Peter Achterberg’, Skepter, jrg. 28, nr. 1, p. 9–13. 
  2. Dit wordt, bijna letterlijk, zo gezegd door Michael Gazzaniga, één van de grondleggers van de cognitieve neurowetenschap, in zijn The Ethical Brain (2005), p. 90/91. 
  3. Anthony R. Cashmore, ‘The Lucretian swerve’, Proceedings of the National Academy of Sciences, 107 (2010), pp. 4499-4504 
  4. Het blog van evolutiebioloog Jerry Coyne barst van dit soort verdachtmakingen
  5. Percy Bridgman “The Prospects for Intelligence”, Yale Review, 1945. Reprinted in Reflections of a Physicist (1950), p. 535. 
  6. Deze pragmatistische opvatting van kennisverwerving en de rol van wetenschap daarin is ontleent aan het werk van filosoof Susan Haack, met name aan hoofdstuk 4 van Evidence and Inquiry (1993) en hoofdstuk 4 van Defending Science — within reason (2003). 
Advertenties

, , , , ,

  1. #1 door j2zyx op 4 september 2015 - 14:17

    Ik vind het een interessant idee dat wat de wetenschapper scheidt van de leek zogezegd meer een kwestie is van kwantiteit dan van kwaliteit. Zelf zou ik ook nog het belang van training noemen.

    In jouw eerste terzijde voer je de filosofie en de filosoof op waar door wetenschappers niet naar geluisterd wordt. Je spreekt uit dat er in de filosofie vooral gediscussieerd wordt over wat een goede notie van ‘vrije wil’ is. Dat roept de vraag op waarom de wetenschap naar de filosofie zou luisteren zolang er geen stabiele notie van ‘vrije wil’ is. Een mogelijk antwoord is dat filosofie met haar arsenaal aan argumenten en tegenargumenten de kwaliteit kan verbeteren van concrete debatten, bijvoorbeeld door het ontregelen van zekerheden. Zelf vind ik het interessant dat in de maatschappij een praktijk van morele verantwoordelijkheid grosso modo en al improviserende draaiende blijft, terwijl een gedeeld, stabiel begrip van ‘vrije wil’ er nog niet is.

    Like

  2. #2 door Arno Wouters op 4 september 2015 - 16:21

    Bedankt voor je commentaar j2zyx en welkom op mijn blog! Ik hoop hier vaker van je te horen!

    Ja training is een belangrijk hulpmiddel in het streven naar coherente opvattingen in het licht van zoveel mogelijk bewijsmateriaal. Een volgende keer zal ik dat zeker ook noemen.

    Like

  3. #3 door Arno Wouters op 4 september 2015 - 17:04

    “Waarom zou de wetenschap naar de filosofie luisteren zolang er geen stabiele notie van ‘vrije wil’ is?”

    Goeie vraag!

    Dat “filosofie met haar arsenaal aan argumenten en tegenargumenten de kwaliteit kan verbeteren van concrete debatten, bijvoorbeeld door het ontregelen van zekerheden” is zeker een reden om naar filosofen te luisteren!

    In het onderhavige geval (biologen en neurowetenschappers die in populaire boekjes en op internetfora roepen dat wetenschappelijk onderzoek bewijst dat de vrije wil niet bestaat) zijn er bovendien veel specifiekere (wetenschappelijke) redenen, die, denk ik, het best besproken kunnen worden door eerst een andere vraag te stellen: waarom zijn de wetenschappers waar ik het hierboven over heb überhaupt geïnteresseerd in de vrijheid van de wil?

    Afhankelijk van het antwoord op die vraag kan de oorspronkelijke vraag gepreciseerd worden. In het onderhavige geval behoeft mijn antwoord na een dergelijke precisering, denk ik, niet veel toelichting.

    Als je, zoals de biologen en neurowetenschappers waar ik aan refereerde, pretendeert een probleem op te lossen waar filosofen al sinds de oudheid mee zouden worstelen,1 waarom zou je dan moeite doen om te begrijpen wat het probleem is waar die filosofen mee worstelen?

    Als je als neurowetenschapper of plantenbioloog meent dat de biologie de grondslag onder onze verantwoordelijkheidspraktijken weghaalt, waarom zou je je dan op de hoogte stellen van ideeën over hoe die praktijken in elkaar zitten en gerechtvaardigd kunnen worden, alvorens van de daken te schreeuwen dat de wetenschap aantoont dat mensen die iets verkeerd doen niet gestraft maar gerepareerd moeten worden?

    En als filosofen die zich beroepshalve uitgebreid verdiept hebben in vragen betreffen de gerechtvaardigheid van verantwoordelijkheidspraktijken, je er dan op wijzen dat de vrijheid die ten grondslag ligt aan deze praktijken niet noodzakelijk de vrijheid van deterministische veroorzaking is, maar dat het ook wel eens om de vrijheid om willens en wetens immoreel te handelen zou kunnen gaan, waarom zou je je dan in de geschiedenis van deze kwestie verdiepen alvorens te gaan roepen dat deze compatibilisten op dubieuze gronden het onderwerp van debat verleggen?2


    1. 1. Als ik goed geïnformeerd ben, had men in de oudheid nog nooit van een vrije wil gehoord. Het idee dat mensen een wil hebben die vrij is in de zin dat ze willens en wetens immoreel kunnen handelen en daarom verantwoordelijk zijn voor wat ze doen, danken we aan de opkomst van het Christendom. Het idee dat mensen een wil hebben die vrij is in de zin dat hun handelen niet geheel bepaald wordt door automatische mechanismen die werken in overeenstemming met deterministische natuurwetten, dateert uit de 17e eeuw (zie “De vrije wil van Homerus tot Kant” van filosofiehistoricus Han van Ruler in Sie (ed.) Hoezo vrije wil?, 2011, p. 33–61).
    2. 2. De verbinding tussen vrije wil als grondslag voor verantwoordelijkheid en vrije wil als vrijheid van deterministische veroorzaking zoals de dualist René Descartes die in de zeventiende eeuw legde, werd onmiddellijk betwist door o.a. de compatibilist Thomas Hobbes die beargumenteerde dat de grondslag voor verantwoordelijkheid gelegen is in de vrijheid om te doen wat je wilt en niet te doen wat je niet wilt. 

    Like

  4. #4 door nandbraam op 6 september 2015 - 08:02

    @ Arno

    Je zegt:”Waar het mij werkelijk om te doen is, is de dubieuze rol die het idee van ‘de wetenschappelijke methode’ speelt in het denken van Achterbergs (al dan niet “laagopgeleide”) alternatieve wetenschappers, van Achterberg zelf, en, naar ik vermoed, van veel lezers van Skepter. Zij allen lijken er van uit te gaan dat goede wetenschap gekarakteriseerd wordt door een superieure methode; een methode die zou garanderen dat de inzichten van wetenschappelijk onderzoek superieur zijn aan inzichten die op andere wijze verkregen zijn.
    Vergeet dat maar.”

    Ik ben geen lid van de Stichting Skepsis en heb ook geen los abonnement op Skepter. Wel denk ik dat met de benoeming van Hans van Maanen tot hoofdredacteur een goede weg is ingeslagen. Hij durft in de eigen parochie te laten zien dat “de wetenschap” veel steken laat vallen. In de eigen spiegel kijken doet de Stichting Skepsis liever niet. De laatste jaren blijken er niet slechts fraudeurs en Jomanda’s buiten “de wetenschap” te zijn, maar ook daarbinnen. Afgezien van de “Stapeltjes” bevinden zich daar ook nogal wat “”Jomanda’s”. Recentelijk bleek dat 60- 65% van de bevindingen uit psychologisch wetenschappelijk onderzoek niet reproduceerbaar is!:

    http://www.volkskrant.nl/binnenland/merendeel-psychologische-studies-lijkt-gebaseerd-op-drijfzand~a4130542/

    Als zo’n zelfde grootschalig onder zoek gedaan zou worden in het gebied “voedingsonderzoek” zal het “Jomanda-gehalte” ook flink hoog blijken zijn, denk ik.

    Liked by 1 persoon

  5. #6 door Harry Pinxteren op 27 september 2015 - 15:50

    arno

    ‘proberen coherente opvattingen te ontwikkelen in het licht van het beschikbare bewijsmateriaal’

    Daar hebben psychologen (cognitie-wetenschappers) een naam voor bedacht: confirmation bias.

    Je moet, om te beginnen, heel erg oppassen omdat je alleen het ‘beschikbare bewijsmateriaal’ ziet dat je ziet, dat je dénkt te zien: vooral als je coherente opvattingen hebt.

    Soort cognitieve illusie, zeg maar. Je ziet dingen die er niet zijn en omgekeerd, dingen die er zijn, die zie je niet (geldt dus niet alleen voor optische illusies).

    De eerste wet van Feynman (zie zijn Cargo Cult Science) is dat je jezelf niet voor de gek moet houden, terwijl je jezelf uiteraard het makkelijkst (pd) voor de gek houdt. Helaas vertelde hij er niet bij hoe je zoiets nou kunt voorkomen.

    Eerst even de hele lijst cognitieve illusies afvinken? Optische illusies werken ook altijd, zelfs al verzin je ze zelf!

    Overigens, het punt van Achterberg klinkt menig psycholoog bekend in de oren. Zie al die psychologische prietpraat die je overal tegenkomt, niet alleen in de pop psy blaadjes. Freud is nog steeds de bekendste, maar uiteindelijk zijn wij natuurlijk allemaal de beste psycholoog: voor onszelf, uit eigen ervaring.

    Like

  6. #7 door Arno Wouters op 28 september 2015 - 21:23

    Nand, Gerdien en Harry, hartelijke dank voor jullie aanvullingen!

    Door Harry’s commentaar realiseerde ik me dat er een onnauwkeurigheid in mijn oorspronkelijk post geslopen is: “in het licht van het beschikbare bewijsmateriaal” in “ze proberen coherente opvattingen te ontwikkelen in het licht van het beschikbare bewijsmateriaal” had moeten zijn “in het licht van zoveel mogelijk bewijsmateriaal”.

    Nand en Harry, fraude, haastige publicatie, kapitalisatie van toeval, statistische blunders en confirmation bias zijn inderdaad belangrijke obstakels in een speurtocht naar de waarheid. Mijn post was vooral bedoeld om Susan Haacks opvatting dat “voor zover wetenschappelijke kennis superieur is aan kennis die op een andere manier verkregen is, ligt dit niet aan het gebruik van een of andere superieure methode, maar aan de inzet van een ongekende hoeveelheid hulpmiddelen (meer menskracht, meer tijd, meer data, nauwkeuriger observaties, nauwkeuriger berekeningen, meer instrumenten, meer modellen, analogieën en metaforen, etc. etc.)” naar voren te brengen en in het verlengde daarvan er op te wijzen dat zowel Achterberg zelf, als de door hem ‘ontdekte’ groep laagopgeleiden met een eigen wetenschap, als veel skeptici, ten onrechte het idee hebben dat het vrij simpel is om je een oordeel te vormen over allerlei kennisclaims – je hoeft alleen maar te kijken naar de wetenschappelijkheid van de methode waarmee deze claim verkregen is. Met als gevolg dat ze gaan kibbelen over de wetenschappelijkheid van de eigen ervaring, inplaats van oog te hebben voor datgene waar het werkelijk omgaat, nl. de hoeveelheid, de kwaliteit, de nauwkeurigheid en de diversiteit van het bewijsmateriaal, het verband tussen de theorieën en modellen en dit bewijsmateriaal, de mate waarin de verklarende theorieën en modellen elkaar ondersteunen etc.

    j2zyx zegt dit een interessant idee te vinden. Wat vinden jullie?

    Like

  7. #8 door Harry Pinxteren op 29 september 2015 - 14:31

    arno

    je hebt het in je tekst over ‘onderzoek’. Dat kan eigenlijk zo’n beetje van alles zijn, ook in de wetenschap heb je allerlei soorten onderzoek- bijvoorbeeld: literatuuronderzoek.

    Hét punt is, lijkt mij: experiment. Daar heb je het helemaal niet over.

    Om terug te komen op Feynman: experimenten doen is ook de beste manier om te voorkomen dat je je zelf voor de gek houdt. Je doet een voorspelling, een ´educated guess´ en kijkt of je je vergist. Common sense is de sport van het bevestigen van je eigen voordelen, Wetenschap is de kunst van het vergissen: of je je daarbij als Fisheriaan of Bayesiaan opstelt, kan een groot verschil maken, maar dat is nu even een andere kwestie.

    Hoe dan ook, de kunst van het vergissen vergt altijd heel veel van je experimentele opzet, van je ‘design’.

    Ik kom in bepaalde kringen niet zelden ook wel de kreet ‘paradigm´ tegen. Wat me tot de voorlopige generalisatie heeft gebracht dat het taalgebruik bombastischer wordt naar mate het onderzoek lulliger is. Het zal wel iets psychologisch, zielkundig, zijn.

    Het is mijn oude vak, bin there done that: experimenteel onderzoek is hier zeer lastig, zo niet onmogelijk. Lang verhaal, maar het kan denk ik in twee woorden: ceteris paribus.

    In de natuurkunde ligt dat heel anders, zoals Galilei opmerkte in een brief van 16 oktober 1604 aan zijn vriend en beschermheer Paoli Sarpi waarin hij voor het eerst zijn valwet opschreef: ‘Maar ik mag wel zeggen dat ik geluk gehad heb’.

    Minder geluk dus hier. Ik denk dat psychologie en sociologie etc daarom een vorm van common sense moeten blijven. In ieder geval voorlopig. Je kunt daar intussen wel tot uitspraken komen die waar zijn, die kloppen, maar alleen omdat ze pd gelden en daarom de vorm hebben van “some people do, some don’t (Rutherford).

    Enfin, toch een beetje positief einde: Rutherfords kritiek is eigenlijk een geval van de law of distinction van (de komiek) Robert Benchley. En die wet mag je met recht een psychologische grondwet noemen: er zijn maar twee soorten mensen, want je hebt altijd mensen die dat wél én
    altijd mensen die dat níet geloven.

    Er zijn intussen een paar veelbelovende voorbeelden van sociaalpsychologisch onderzoek op dit gebied (in- outgroup), vooral omdat dat en passant ook een hoop lulkoek over oxytocine, dat stofje dat zo populair is in de pop media, fiks heeft gedebunked.

    Debunken. Blijft lastig, maar is te leren. Uiteindelijk ook door psychologen.

    Like

  8. #9 door Arno Wouters op 1 oktober 2015 - 19:19

    Harry, hartelijk dank voor je toelichting. Het maakt je eerdere commentaar en de achtergrond daarvan voor mij een stuk duidelijker!

    Ik ben gisteren aan een antwoord begonnen, maar het is nog niet af. Omdat ik druk met andere dingen bezig ben, kan het nog wel even duren. Het antwoord dreigt bovendien wat te lang te worden voor een commentaar. Misschien maak ik er een aparte post van!

    Like

%d bloggers liken dit: