Dominee Paley’s levende horloge

Onder biofilosofen, evolutiewetenschappers en het in evolutie geïnteresseerde publiek gaat het verhaal dat Darwins theorie van evolutie door variatie en selectie (1859) bedoeld is als wetenschappelijk alternatief voor de religieuze verklaring van apparent design zoals deze gegeven werd door dominee William Paley (1743–1805) in zijn Natural Theology (1802). Darwin las dit werk tijdens zijn studie en zou er zo van onder de indruk geweest zijn dat hij naar een betere verklaring van de daarin beschreven verschijnselen is gaan zoeken. In de Origin zou hij betogen dat de apparent design van het leven beter verklaard kan worden als het resultaat van natuurlijke selectie dan als het werk van een schepper. Daarmee zou hij de studie van het leven voor het eerst in de geschiedenis op wetenschappelijke leest geschoeid hebben.

En dat niet alleen…

Evolutiebioloog Richard Dawkins, beweert in zijn door Paley geïnspireerde The Blind Watchmaker (1986) zelfs dat Darwins verklaring van de schijn van ontwerp het voor het eerst in de geschiedenis mogelijk maakte om een “an intellectually fulfilled atheist” te zijn (p. 6). Door God te ontkennen beroofden de atheïsten van voor Darwin zich volgens Dawkins van de beste verklaring van apparent design die er in hun tijd bestond. Een intellectueel hoogst onbevredigende en rationeel niet verdedigbare zet. Dankzij Darwins superieure verklaring van apparent design zou het atheïsme thans een rationeel acceptabele positie geworden zijn.

Paley’s apologie

Wie de moeite neemt om Paley’s Natural Theology er op na te slaan, ontdekt echter al gauw dat Paley helemaal geen verklaring van de apparent design van het leven geeft of beoogt. Het gaat Paley, om te beginnen, niet specifiek om de apparent design van het leven, maar om die van het universum. Belangrijker is echter dat hij helemaal niet uit is op verklaring van dat verschijnsel. Natural Theology or Evidence of the Existence and Attributes of the Deity, collected from the appearances of nature, zoals de volledige titel luidt, is een poging het geloof van de lezers te ondersteunen en versterken door te laten zien dat alles in de natuur erop wijst dat zij het product is van een goede, kundige en wijze Schepper. Natural Theology biedt, met andere woorden, geen poging tot verklaring van apparent design, maar een apologie van het geloof (op basis van apparent design).

Hume’s kritiek op het Argument from Design

Het idee dat de natuur op de hand van een schepper wijst, werd zo’n 20 jaar voor Paley in de grond geboord door de Schotse filosoof David Hume (1711–1776) in zijn postume gepubliceerde Dialogues Concerning Natural Religion (1779).1

Het Argument from Design zoals Cleanthes dat in de Dialogues presenteert, vestigt de aandacht op bepaalde overeenkomsten tussen menselijke maaksels (zoals horloges en huizen) en het universum: hun ordentelijke structuur, het reguliere verloop van hun activiteit, de geschiktheid voor het verrichten van specifieke taken en de harmonieuze samenwerking van de onderdelen in het kader van het geheel. Gelijke effecten duiden op gelijke oorzaken en we mogen volgens Cleanthes dus concluderen dat de wereld het werk is van een wezen met een geest die enigszins lijkt op die van ons:

Look round the world: contemplate the whole and every part of it: you will find it to be nothing but one great machine, subdivided into an infinite number of lesser machines, which again admit of subdivisions to a degree beyond what human senses and faculties can trace and explain. All these various machines, and even their most minute parts, are adjusted to each other with an accuracy which ravishes into admiration all men who have ever contemplated them. The curious adapting of means to ends, throughout all nature, resembles exactly, though it much exceeds, the productions of human contrivance; of human designs, thought, wisdom, and intelligence. Since, therefore, the effects resemble each other, we are led to infer, by all the rules of analogy, that the causes also resemble; and that the Author of Nature is somewhat similar to the mind of man, though possessed of much larger faculties, proportioned to the grandeur of the work which he has executed (p. 31)2

Philo, de scepticus in de Dialogues, wijst erop (p. 38–40) dat die conclusie staat of valt met wat wij weten over het ontstaan van “order, arrangement, or the adjustment of final causes”. Iemand zonder kennis en ervaring met betrekking tot de gang van zaken in de wereld zal, als hij regelmaat, orde en doelmatigheid ontdekt, er in eerste instantie geen idee van hebben hoe deze verschijnselen tot stand gekomen zijn. Het bestaan van regelmaat, orde en doelmatigheid is op zichzelf genomen daarom geen aanwijzing voor ontwerp. Er is, behalve van die verschijnselen zelf, ervaring nodig met de manier waarop ze ontstaan zijn.

Now, according to this method of reasoning … it follows, (and is, indeed, tacitly allowed by Cleanthes himself,) order, arrangement, or the adjustment of final causes, is not of itself any proof of design; but only so far as it has been experienced to proceed from that principle [“Experience alone can point out … the true cause of any phenomenon.” p. 39]. For ought we can know a priori, matter may contain the source or spring of order originally within itself as well as mind does … The equal possibility of both these suppositions is allowed. But, by experience, we find, (according to Cleanthes,) that there is a difference between them. Throw several pieces of steel together, without shape or form; they will never arrange themselves so as to compose a watch. Stone, and mortar, and wood, without an architect, never erect a house. But the ideas in a human mind, we see, by an unknown, inexplicable economy, arrange themselves so as to form the plan of a watch or house. Experience, therefore, proves, that there is an original principle of order in mind, not in matter. From similar effects we infer similar causes. The adjustment of means to ends is alike in the universe, as in a machine of human contrivance. The causes, therefore, must be resembling (p. 40)

Philo betoogt vervolgens dat de wijdse conclusie dat de wereld het resultaat van inzicht en bewust ontwerp is, niet gerechtvaardigd wordt door de beperkte ervaring die we hebben met het ontstaan van regelmaat, orde en doelmatigheid:

A very small part of this great system [the universe], during a very short time, is very imperfectly discovered to us; and do we then pronounce decisively concerning the origin of the whole? Admirable conclusion! Stone, wood, brick, iron, brass, have not, at this time, in this minute globe of earth, an order or arrangement without human art and contrivance; therefore the universe could not originally attain its order and arrangement, without something similar to human art. But is a part of nature a rule for another part very wide of the former? Is it a rule for the whole? Is a very small part a rule for the universe? Is nature in one situation, a certain rule for nature in another situation vastly different from the former? (p. 48/49)

Hij wijst er ondermeer op dat het universum minstens zoveel weg heeft van een dier of een plant als van een machine (p. 97-108) en dat zelfs in het beperkte stukje van het universum dat wij kennen, bewust ontwerp niet de enige manier is waarop regelmaat, orde en doelmatigheid ontstaan (p. 109–121). Het universum houdt zichzelf in stand met behulp van allerlei kringlopen en terugkoppelingen, net zo als een dier dat doet. De delen van organismen ordenen zich in de loop van hun ontwikkeling vanzelf. De orde en doelmatigheid van het gedrag van dieren ontstaat instinctmatig. Waarom dan inzicht en planning als oorzaak van het universum geponeerd inplaats van zelforganisatie, instinct, of voortplanting? Waarom de wereld met een machine vergeleken inplaats van met een dier? In feite, zo eindigt hij sluw, heeft de wereld meer weg van een dier dan van een horloge of een weefgetouw. Waarom dan niet geconcludeerd dat de wereld uit een ei gekropen is?

Paley’s poging Hume’s kritiek naast zich neer te leggen

In de eerste twee hoofdstukken van zijn Natural Theology probeert Paley dergelijke kritiek op het Argument from Design onschadelijk te maken door zijn lezers er van te overtuigen dat er, anders dan Hume’s Philo beweert, geen ervaring met het ontstaan van “order, arrangement, or the adjustment of final causes” nodig is om tot de conclusie te komen dat deze eigenschappen het resultaat zijn van inzicht en planning: die conclusie dringt zich volgens hem onontkoombaar op als we een ontworpen voorwerp bestuderen. Ontwerp wordt in Paley’s visie waargenomen (“perceived”) of ervaren (“experienced”), niet beredeneerd.

In hoofdstuk 1 vraagt Paley zijn lezers zich voor te stellen dat zij ergens op de hei een horloge vinden. Zij zullen volgens Paley na het ding bestudeerd te hebben, onvermijdelijk tot de conclusie komen dat het gemaakt is door iemand die welbewust te werk ging. Ze zullen die conclusie volgens Paley ook trekken als ze er geen idee van hebben hoe horloges gemaakt worden en nog nooit iemand ontmoetten die iets dergelijks zou kunnen maken.

Vervolgens (hoofdstuk 2) vraagt Paley hoe zijn lezers zouden reageren als ze na enige tijd ontdekken dat het horloge zich voortplant. Zouden ze dan denken dat ze zich vergist hebben en concluderen dat het horloge bij nader inzien toch niet ontworpen is? Volgens Paley kan er geen twijfel over bestaan dat ze zich eerder versterkt zullen voelen in de conclusie dat het apparaat uiteindelijk ontworpen is, dan ze er aan gaan twijfelen.

Terwijl het Argument from Design zoals Hume’s Philo dat reconstrueert het horloge zou gebruiken als premisse in een analogie-argument (de wereld is als een horloge; het horloge is ontworpen; ergo de wereld is ontworpen), gebruikt Paley’s variant van dat argument het horloge dus om ons ervan te overtuigen dat we het vermogen hebben om ontwerp waar te nemen.

In hoofdstuk 3 t/m 5 betoogt Paley vervolgens dat niets de toepassing van dit vermogen op natuurverschijnselen in de weg staat. Hoofdstuk 3 behandelt, als voorbeeld, de bouw en werking van het oog. Natuurlijk zijn er allerlei verschillen tussen menselijke maaksels en natuurproducten. Het ontwerp van het oog is bijvoorbeeld veel ingenieuzer dan dat van een telescoop. Die verschillen leren ons iets over de aard van de maker, maar ze verhinderen ons niet om te zien dat er van ontwerp sprake is.

In hoofdstuk 4 kijken we met Paley naar de voortplanting van dieren en planten. We ontwaren, volgens Paley, ook daar ontwerp. Voortplanting is dus (‘anders dan Hume’s Philo suggereerde’ hoor ik Paley denken) geen alternatief voor ontwerp, maar een ontwerp om ontwerp te doen ontstaan (hoe slim van de Schepper!).

Hoofdstuk 5 behandelt allerlei bezwaren die “ongelovigen” (ik denk dat Paley op Hume doelt) naar voren brengen tegen de ontwerp-conclusie in het geval van natuurverschijnselen: er zijn in de natuur allerlei onregelmatigheden en onvolkomenheden te ontdekken; van sommige delen van planten en dieren is het niet duidelijk waarvoor ze dienen; misschien is de doelmatige configuratie bij toeval ontstaan; etc.

De teneur van Paley’s antwoord laat zich raden: diezelfde bezwaren kun je aanvoeren m.b.t. het horloge en andere menselijke maaksels, maar daar verhinderen ze ons niet de ontwerp-conclusie te trekken: ook aan een stilstaand horloge of een lelijk schilderij kun je zien dat het ontworpen is; de wandelaar die op de hei een horloge vindt, zal ook zonder dat hij alle details begrijpt, tot de conclusie komen dat het ding ontworpen is; blinde processen kunnen een enkele keer bij toeval een rotsformatie de vorm van een gezicht geven, maar geen horloge doen ontstaan, laat staan een wereld vol horloges. Waarom zouden onregelmatigheden, onvolkomenheden, onduidelijkheden en toeval in het geval van natuurlijke verschijnselen een obstakel vormen voor de ontwerp-conclusie, waar ze dat niet zijn in het geval van menselijke maaksels?

Na in hoofdstuk 6 nog even benadrukt te hebben dat één enkel voorbeeld van ontwerp in de natuur voldoende bewijs vormt voor het bestaan, de kunde en de wijsheid van de Schepper, put Paley zich 16 hoofdstukken (7 t/m 22) lang uit in beschrijvingen van natuurverschijnselen die de indruk van ontwerp bij de lezers moeten oproepen.3. Zijn boekwerk is daarmee één lang Argument for Design geworden.

In de laatste vijf hoofdstukken (23 t/m 27) redeneert hij van dit waargenomen ontwerp naar het bestaan en de natuur van de Schepper. Hij trekt de conclusie dat heel de natuur wijst op het bestaan, de goedheid, de kunde en de wijsheid van haar Schepper.

Hume over evidentie

Hume zou naar ik vermoed niet erg onder de indruk geweest zijn van Paley’s argument van het horloge. Paley gedraagt zich immers net als Cleanthes die regelmatig herhaalt dat de ontwerp-conclusie zich onmiddellijk en onvermijdelijk opdringt aan een ieder die de natuur met een onbevooroordeelde blik bekijkt:

Consider, anatomize the eye; survey its structure and contrivance; and tell me, from your own feeling, if the idea of a contriver does not immediately flow in upon you with a force like that of sensation. The most obvious conclusion, surely, is in favour of design; and it requires time, reflection, and study, to summon up those frivolous, though abstruse objections, which can support Infidelity. Who can behold the male and female of each species, the correspondence of their parts and instincts, their passions, and whole course of life before and after generation, but must be sensible, that the propagation of the species is intended by Nature? Millions and millions of such instances present themselves through every part of the universe; and no language can convey a more intelligible irresistible meaning, than the curious adjustment of final causes. To what degree, therefore, of blind dogmatism must one have attained, to reject such natural and such convincing arguments? (p. 61)

Philo, de scepticus, benadrukt dan ook vanaf het begin dat we, om op grond van regelmaat, orde en doelmatigheid gerechtvaardigd tot ontwerp te kunnen concluderen, niet alleen ervaring met deze effecten moeten hebben, maar ook met hun oorzaken. Zonder die ervaring zou elk aansprekend verzinsel als oorzaak van die effecten kunnen gelden:

Were a man to abstract from every thing which he knows or has seen, he would be altogether incapable, merely from his own ideas, to determine what kind of scene the universe must be, or to give the preference to one state or situation of things above another. For as nothing which he clearly conceives could be esteemed impossible or implying a contradiction, every chimera of his fancy would be upon an equal footing; nor could he assign any just reason why he adheres to one idea or system, and rejects the others which are equally possible. Again; after he opens his eyes, and contemplates the world as it really is, it would be impossible for him at first to assign the cause of any one event, much less of the whole of things, or of the universe. He might set his fancy a rambling; and she might bring him in an infinite variety of reports and representations. These would all be possible; but being all equally possible, he would never of himself give a satisfactory account for his preferring one of them to the rest. Experience alone can point out to him the true cause of any phenomenon (p. 38/39)

Gedurende de rest van de discussie blijft Philo benadrukken dat het loutere feit dat de ontwerp-conclusie evident lijkt, geen goede reden is om die conclusie te accepteren:

What peculiar privilege has this little agitation of the brain which we call thought, that we must thus make it the model of the whole universe? Our partiality in our own favour does indeed present it on all occasions; but sound philosophy ought carefully to guard against so natural an illusion (p. 45)

Het onderscheid tussen aardse en hemelse materie was ooit vanzelfsprekend en ieder mens kan dagelijks zien dat de hemel om de aarde draait. De ervaring heeft ons echter geleerd dat de wereld anders in elkaar kan zitten dan wij voor vanzelfsprekend houden (p. 53). De gelijkenis tussen de wereld en de dieren was ooit zo onontkoombaar dat bijna alle oude mythen de wereld verwekt en geboren laten worden (p. 123). Op een planeet die geheel door spinnen bevolkt is, zou de conclusie dat de wereld door een reuzenspin geweven wordt, net zo onontkoombaar lijken als de conclusie van bewust ontwerp op Cleanthes overkomt (p. 124) (en naar Philo op p. 210 toegeeft ook op hemzelf – als scepticus weerstaat Philo echter de verleiding om conclusies die zich aan hem opdringen te accepteren als de benodigde evidentie ontbreekt).

Paley lijkt dit aspect van Hume’s kritiek (kennis van oorzaak en effect vereist ervaring met effect én oorzaak) over het hoofd te zien, te vergeten, of te negeren.

Darwins verwerping van het Argument from Design

Paley geeft dus geen verklaring van het ontstaan van apparent design of van de verschijnselen die bij hem de indruk van ontwerp wekken. Hij is daar ook niet op uit. Sterker nog, hij meent dat dergelijke verklaringen het menselijk kenvermogen te boven gaan. De Schepper is immers kundiger en wijzer dan een mens zich kan voorstellen.

Het idee dat Darwins theorie van evolutie door variatie en selectie een naturalistisch alternatief zou bieden voor Paley’s religieuze verklaring van apparent design is dus niet meer dan een legende.

Niettemin was Darwin cruciaal voor de neergang van het Argument from Design. Zijn werk overtuigde het intellectuele publiek in zijn tijd ervan dat een naturalistische verklaring van de verschijnselen waar velen ontwerp in ontwaarden niet tot de onmogelijkheden behoort en ondergraaft daarmee de vanzelfsprekendheid waarmee de schijn van ontwerp als indicatie voor ontwerp kan gelden.4

Geraadpleegde literatuur


  1. De Dialogues presenteren een gefingeerde discussie tussen drie theologen. Demea verdedigt de theologische orthodoxie van Hume’s tijd, volgens welke we door a priori redenatie kennis van God kunnen verwerven. Cleanthes verdedigt de natuurlijke theologie, volgens welke de studie van de natuur ons inzicht in God kan verschaffen. Philo is sceptisch ten aanzien van beide wegen tot God. Volgens de meeste interpretatoren vertegenwoordigt Philo Hume’s eigen positie. 
  2. Paginanummers in referenties naar Hume’s Dialogues Concerning Natural Religion verwijzen, zoals onder filosofen de gewoonte is, naar de door Norman Kemp Smith verzorgde en van uitgebreid commentaar voorziene editie van 1947. 
  3. Veruit de meeste voorbeelden van ontwerp zijn ontleent aan de anatomie van gewervelden, enkele zijn meer fysiologisch van aard. Voorbeelden gerelateerd aan instincten, insecten, planten, de vier elementen (ja, ja) en de astronomie hebben elke een eigen hoofdstuk. 
  4. Deze post bespreekt de rol van Hume, Paley en Darwin in de geschiedenis van het Argument from Design. Het gaat me daarbij vooral om een aantal veel voorkomende misverstanden met betrekking tot de aard van Paley’s werk (geen verklaring maar apologie), de structuur van zijn argumentatie (geen inference to the best explanation, geen analogie-argument, maar het tonen van apparent design) en de rol van het horloge (geen metafoor voor het universum, maar voorbeeld van ontwerp). Kritiek op mijn interpretatie is welkom, net als discussie van de rol van genoemde heren in de geschiedenis van het denken over (apparent) design. Pogingen om met één van hen (of met vermeende hedendaagse volgelingen) in discussie te gaan (bijvoorbeeld door argumenten voor of tegen hun ideeën aan te dragen) worden als off-topic aangemerkt en lopen het risico niet geplaatst of verwijderd te worden. 
Advertenties

, , , , , ,

  1. #1 door Bruno Verbeek op 28 januari 2016 - 12:28

    Mooi stuk. Toch zit er in Hume’s argumenten tegen de gedachte dat de wereld een “design” is bij monde van de scepticus Philo een merkwaardig epistemologisch principe: je mag pas concluderen dat iets een X is als je weet (ervaren hebt) wat de efficiënte oorzaak van X is. Dat lijkt me te sterk. Je kunt concluderen dat iemand mazelen heeft zonder te weten dat dit door een virus wordt veroorzaakt.

    Like

  2. #2 door Arno Wouters op 28 januari 2016 - 22:13

    Welkom op mijn blog Bruno! En dank voor het compliment en het plaatsen van je commentaar!

    Volgens mij is het principe niet ‘je mag pas concluderen dat iets een X [ontwerp] is als je weet (ervaren hebt) wat de efficiënte oorzaak van X is’, maar: ‘je mag pas concluderen dat X [regelmaat, orde en doelmatigheid] veroorzaakt is door een Y [ontwerper]’ als je ervaring hebt met Ys die Xen veroorzaken’. Ofwel: je mag pas concluderen dat iemand die de verschijnselen van mazelen vertoont met een virus besmet is als je weet dat dat soort verschijnselen in het algemeen door virussen (en alleen door virussen) veroorzaakt worden.

    Maar ook dat principe lijkt me in z’n algemeenheid wat te sterk. Ik zou denken dat er gevallen zijn waarin het gerechtvaardigd is om het bestaan van ongekende oorzaken voorlopig voor waar aan te nemen, bijvoorbeeld wanneer ze door een verklarende theorie worden voorspeld. Dit argument wordt in de Dialogues door Cleanthes naar voren gebracht en Philo antwoordt iets in de trant van ‘niet zolang je die oorzaken niet gezocht en gevonden hebt’.

    Mij lijkt dat wat overdreven. Het periodiek systeem (1869) bijvoorbeeld postuleerde de ongekende elementen scandium, gallium, technetium en germanium. Ze werden alle vier gevonden, de laatste, technetium, in 1937, maar voorzover ik weet was er na de ontdekking van de derde, germanium, in 1886 geen deskundige die nog aan het periodiek systeem of aan het bestaan van technetium twijfelde.

    Like

  3. #3 door leonardo_dg op 29 januari 2016 - 23:30

    Arno,

    Hume heeft gesproken.

    Iemand anders, ook geen kleine jongen, zei dit – nadat Hume gesproken had – over een product van de natuur: If one compares the extreme simplicity of this astonishing structure with the extreme diversity of its innermost nature, it is clear that it constitutes the basic unit of the organized state.

    Kun je zulke dingen nog zeggen, of zou Hume zich iedere keer als zulke teksten worden uitgesproken in zijn graf omdraaien?

    Like

  4. #4 door Arno Wouters op 30 januari 2016 - 11:47

    Goeiemorgen Leonardo. Je denkt toch, naar ik hoop, niet dat ik gedachten heb over wat de niet meer sprekende Hume gedacht zou hebben over Dutrochets gedachten over de cel? Laat staan gedachten die de moeite van het opschrijven waard zijn?

    Like

  5. #5 door Harry Pinxteren op 30 januari 2016 - 20:12

    hallo arno

    dank voor het stuk

    maar het lijkt- helaas- op te houden op het moment dat ik het écht spannend vind worden, want Darwin speelt nog steeds een zeer grote rol in de geschiedenis van the argument from design.
    Neem nou die hele evolutie-psychologie, die is zonder dat argument ondenkbaar.

    Vooral je laatste opmerking klinkt dan heel spannend:

    .en… ondergraaft daarmee de vanzelfsprekendheid waarmee de schijn van ontwerp als indicatie voor ontwerp kan gelden.

    Dus, vraag: komt er nog een vervolg?

    Like

  6. #6 door Arno Wouters op 30 januari 2016 - 21:38

    Harry, goed om te horen dat je benieuwd bent naar een vervolg! Ja, het is de bedoeling dat er een vervolg komt. In feite heb ik de bovenstaande post geknipt uit een post in wording over Darwin en design die veel te lang werd. Ik worstel echter met m’n gezondheid en heb überhaupt wat moeite om mijn leven op orde te houden dus ik durf niets te beloven. Er ligt ook nog ergens een half uitgewerkte reactie op een opmerking van jou over confirmation bias … En een driekwart uitgewerkt stuk over Darwin over diversificatie, als laatste deel van mijn serie over Darwins theorie van evolutie door natuurlijke selectie ….

    Like

  7. #7 door leonardo_dg op 31 januari 2016 - 10:14

    ja, Arno,
    Dat verwacht ik eigenlijk wel. Per slot ben jij het die de canon heeft uitgebreid met design explanation

    In een interview in de Volkskrant zegt de fysicus Zeilinger: “Dat de natuur ons fundamenteel verbaast, hoe goed je de vergelijkingen en logica ook beheerst, is een veeg teken.”
    Maar ik weet zeker, dat als we bomen zouden hebben waar horloges en chronometers aan zouden groeien, jij met een design explanation zou komen: dat dat handig was voor de mens, die nu eenmaal geen precieze klok in zijn kop heeft en ook nog recordlijsten wil bijhouden.

    Dus de vraag luidt eigenlijk: zouden we niet nog iets beter naar Hume moeten luisteren? (Vind ik niet, Arno, vind ik niet. Die spitsvondigheidjes van hem kunnen me gestolen worden. En hij kan misschien vinden dat je niet over design mag spreken, maar niets vertelt ons dat design dan niet het geval is. Kan ook Hume niet beweren. Dus Hume deed precies wat ie zegt dat niet mag: praten over dingen waar die geen kaas van gegeten heeft.)

    Het aantal artikelen dat ik nu inmiddels heb doorgewerkt met kop A ja, dankzij B, en aan het einde de mededeling: er is nog veel onderzoek nodig, maar de geleerden hebben een tipje van de sluier over het verband tussen A en B opgelicht – dat aantal artikelen kan ik inmiddels niet meer op vingers en tenen, en alle andere uitstekende lichaamsdelen tellen.

    Dutrochet spreekt van organized, wat ongeveer hetzelfde is als ontwerp. Hoe doet de natuur dat: iets organiseren – en als ze dat kan, hoe kan iemand herkennen dat de natuur iets organiseert, als we niet eens weten wanneer er sprake is van chaos en wanneer orde.

    Like

  8. #8 door Harry Pinxteren op 31 januari 2016 - 13:47

    ok arno

    klinkt niet zo mooi, maar laten we optimistisch blijven; dat is niet alleen een morele plicht, zou ik zeggen.

    intussen kunnen leonardo en ik misschien wat sparren- of misschien zijn we het daarvoor wel iets te veel eens!

    misschien een idee om de dag mee te sluiten:

    Ik denk soms wel eens dat de evolutie psychologie één lange reductio ad ridiculum is van het ‘argument from design’. Wat die lui verzinnen is zelfs nog belachelijker dan een design verklaring voor “bomen met horloges en chronometers”.

    beterschap!

    Like

  9. #9 door Arno Wouters op 31 januari 2016 - 15:07

    Hier stond oorspronkelijk een korte, ietwat pissige reactie op Leonardo #7 die ik overhaast vanuit een overvolle trein postte. Ik heb deze reactie vervangen door de uitgebreidere #10 en bied aan Leonardo hierbij mijn excuses aan voor de oorspronkelijke reactie.

    Like

  10. #10 door Arno Wouters op 1 februari 2016 - 09:23

    Leonardo, ik kan aan wat je in #7 allemaal zegt geen touw vastknopen en ben er ook niet echt in geïnteresseerd.

    Op mij komt het over alsof je maar wat voor je uit zit te kletsen, citaatje hier (zonder bronvermelding en zonder enige context), citaatje daar (met vage bronvermelding maar zonder context), inval zus, vraagje over iets waar ik niks van weet, opmerking over ontelbaarheid, en een onbeargumenteerde bewering over Dutrochets notie van organisatie als uitsmijter. Ik kan er geen samenhang in ontdekken en zie ook niet veel meer dan een associatieve relatie met mijn post.

    Die post gaat, zoals de titel en noot 4 aangeven over Paley’s Natural Theology en de relatie daarvan tot Hume’s Dialogues, niet over Hume’s mening over design, niet over Dutrochet’s begrip van organisatie en al helemaal niet over functionele verklaringen in de moderne biologie. Ik probeer in navolging van Peter McLaughlins “Reverend Paley’s naturalist revival” te laten zien dat (anders dan een groot deel van de filosofen die zich met biologie bezighoudt, evolutiebiologen en het in evolutie geïnteresseerde publiek denken) Paley geen verklaring van het ontstaan van soorten en de bouw en functie van organismen gaf en dat hij dergelijke verklaringen zelfs principieel onmogelijk achtte.

    Jij weet kennelijk dat ik in een paar artikelen en mijn proefschrift de term ‘design explanation’ gebruik, waar biologen het over ‘functionele verklaring’ hebben. Je vertelt verder niets over mijn ideeën over dit soort verklaringen waardoor je opmerkingen hierover voor de meeste lezers abacadabra zullen zijn. Doordat je geen bronvermelding geeft en mijn analyse van deze verklaringen niet samenvat ontbreekt ook voor mij een handvat om adequaat te reageren. Ik moet, net als bij je citaat in #3 maar gokken waar je het precies over hebt.

    Ik gebruik de term ‘design explanation’ (in de stukken waarin ik dat doe) inplaats van de in de biologie gebruikelijke term ‘functionele verklaring’ omdat die laatste term in de ogen van de filosofen die deze stukken moesten beoordelen op een heel ander soort verklaringen slaat dan de verklaringen waar ik het over heb. Dat staat in die stukken ook duidelijk vermeld. Ik gebruik de term ‘design’ in die context niet in de Humeaanse zin van ‘teweeggebracht door een ontwerper met een geest die op die van mensen lijkt en die weloverwogen en met inzicht in het probleem tewerk gaat’, maar in de onder functionele biologen gebruikelijke zin van ‘de manier waarop organismen in elkaar zitten en waarop hun activiteiten samenhangen’.1

    Ik heb een aantal functionele verklaringen in de biologie geanalyseerd, maar er zelf geen ontworpen en zal dat ook niet snel doen. Ik heb daar noch de vereiste deskundigheid voor, noch het laboratorium en de rekenapparatuur die nodig zijn om dergelijke verklaringen te toetsen. Jouw zekerheid dat ik in bepaalde situaties met een design verklaring zal komen, zal wel uit je nekharen ontsproten zijn.

    Hume verwierp het argument from design, maar trekt daaruit niet de conclusie dat er geen design bestaat en al helemaal niet dat je niet over design mag spreken. Hij beseft donders goed dat een argument tegen het argument from design, geen argument tegen design is. Hij karakteriseert de theoloog Philo dan ook als een scepticus, niet als een atheist. Integendeel, aan het begin zowel als eind van de Dialogues zegt Philo in de bijbelse Schepper te geloven en brengt hij de (voorzover ik weet tegenwoordig in protestantse kringen in W-Europa wijdverbreide, maar toen wellicht nieuwe) opvatting naar voren dat geloven een kwestie is van geloven in iets waarvoor geen bewijs is. Dat lijkt het kernpunt van Philo’s betoog. De Hume-deskundigen zijn het er voorzover ik dat weet niet over eens of Hume ook achter specifiek dat punt van Philo stond of dat hij zelf een atheist of agnost was. Je opmerking “Dus Hume deed precies wat ie zegt dat niet mag: praten over dingen waar die geen kaas van gegeten heeft” lijkt dus uit dezelfde bron ontsprongen als je geklets over design explanation.

    Ik heb op dit moment geen zin in verdere discussie over deze onderwerpen, die ik in deze draad als off-topic beschouw.

    Tenslotte, een dringend verzoek om je te houden aan de richtlijn van dit blog om commentaar zo te schrijven dat het voor ieder die de post waarop je reageert gelezen heeft en kan begrijpen te volgen is zonder dat ze zich in allerlei niet in de post aan de orde gestelde ideeën, artikelen en discussies hoeven te verdiepen.

    Hartelijk dank voor je medewerking en begrip!


    1. 1. Voor de liefhebbers: mijn “Verklaren zonder oorzaken te geven” (2002) geeft een eerste uitwerking (in het Nederlands) van mijn ideeën over functionele verklaringen. De meest recente uitwerking is mijn “Biology’s Functional Perspective: Roles, Advantages and Organization” (2013), helaas achter een paywall. In beide artikelen heb ik het gewoon over “functionele verklaringen”. 

    Like

  11. #11 door Harry Pinxteren op 1 februari 2016 - 11:17

    arno,

    goed dat je je eerste reactie op leonardo hebt verwijderd. Maar dit terzijde.

    Die pay wall voor je artikel is liefst 25 euro hoog. Veel auteurs weten dit soort obstakels te omzeilen door gewoon een pdf te sturen op verzoek, of ze hebben vaak ook nog een ‘auteursversie’ , een ‘pre-print’ versie. Mijn email-adres?

    Like

  12. #12 door leonardo_dg op 1 februari 2016 - 14:51

    Arno, zeer fideel van je.
    Even goeie vrienden overigens., sans rancune.

    Als je het niet erg vindt ga ik toch proberen uit te leggen wat mijn reactie met jouw stuk te maken heeft.
    Als dat lukt, en jij bent het er mee eens, dan hebben we wat te bepraten.
    Anders is het snel: zand er over.

    Like

  13. #13 door Arno Wouters op 1 februari 2016 - 18:49

    Leonardo, dank voor het accepteren van mijn excuses. Wat mij betreft mag je nog een keer proberen uit te leggen wat jouw reactie met mijn stuk te maken heeft waarna we verder gaan op de door jouw gesuggereerde manier, maar ik heb een ander voorstel. Ik laat de keus aan jou.

    Mijn voorstel is dat je je eerste reactie herschrijft op een manier die én jouw punt én het verband met mijn post duidelijk maakt en zo dat iedereen die mijn post begrijpt je punt en het verband kan begrijpen. Dus zonder vage verwijzingen naar niet bij name genoemde en niet erg bekende biologen uit het begin van de negentiende eeuw, krantenartikelen en abstracte beweringen over de koppen en conclusies van de artikelen die je las en zonder dat we Franstalige boeken moeten gaan lezen om je te begrijpen.

    Bijvoorbeeld iets in de trant van: Arno, ik heb onlangs een boek gelezen van Dutrochet, een franse onderzoeker uit het begin van de 19e eeuw, die bekend werd door …. Het boek heet ….. en verscheen ….. Dutrochet schrijft het volgende over de cel: (citaat met paginanummer). Ik denk dat hij met ‘organisatie’ hetzelfde bedoelt als wat Hume met design bedoelt, namelijk …… Hij schrijft namelijk: (citaat met paginanummer). Ik vroeg me af of het argument dat Philo inbrengt tegen de ontwerp-conclusie nl. ……. ook op deze notie van Dutrochet van toepassing is (of: ik denk dat het argument dat Philo inbrengt ook tegen Dutrochets conclusie dat ….., ingebracht kan worden, want …..). Wat vind jij daarvan?

    Of: Arno, je zegt …… Daar ben ik niet/wel mee eens/heb ik mijn twijfels over/vroeg me af ik je wel goed begrepen heb omdat …….

    Dat is het soort commentaar waar ik iets mee kan. Met opmerkingen als ‘Hume heeft gesproken’, die suggereren dat ik Hume als een grote autoriteit voorstel (terwijl ik vooral probeer duidelijk te maken dat Paley als een antwoord op Hume gelezen moet worden en niet als een poging tot religieuze biologie) kan ik niets. Met gespeculeer over design explanations die ik in een of andere gefantaseerde of mij onbekende situatie zou geven kan ik nog minder. Zeker niet zolang ik er geen flauw idee van heb wat jij denkt dat ik met design explanation bedoel.

    Ik kan me voorstellen dat het niet jouw stijl is om zulk soort commentaar te geven. Dan ligt de conclusie voor de hand dat we maar beter niet teveel met elkaar in discussie kunnen gaan.

    Like

  14. #14 door leonardo_dg op 2 februari 2016 - 15:03

    Arno,

    Ik geloof dat ik die excuses van je maar met een korreltje zout moet nemen. In je laatste antwoord ga je er weer even dapper tegen aan. Wel, als Amsterdamse jongen weet ik dat “ik kan er geen touw aan vast knopen” eufemisme is voor “je kletst uit je nek” dus ver weg was het argument al niet.
    Ik weet niet waarom je dit doet. Wellicht om je evenwicht te bewaren?
    Ik val er in ieder geval niet van om.
    Ik ben er ook niet kapot van.
    Ik heb je leren kennen als iemand die ingewikkelde teksten uit het oude verleden tot aan het moderne heden kunt ontrafelen, eigen maken en als argument gebruiken. Je hebt zelfs de gecompliceerde tekst van Wagner met vrucht doorgeworsteld. En je hebt zelf (meerdere malen) laten zien dat je gecompliceerde teksten kunt schrijven. Dat je om zou vallen van een paar door mij, volgens jou, ongelukkig geformuleerde comment regels wil er bij mij dan ook niet in.
    Dus ik ben weer eens tegen het gemakkelijke argument van ik begrijp het niet aangehobbeld, tegen het luie en murmurerende denken.

    Je produceert, onder het mom van zwervende gedachten, een palet waarin Paley, Hume en Darwin optreden. Dat opent weidse vergezichten, dat schiet gaten in mijn universum, en roept dus vragen op. Ik dacht dat iemand, die zich aldus laat zien, jij, aanspreekbaar is op de inhoud, en dat zo iemand ook blij is met de aandacht die het genereert, van mij. Maar voor jou gelden daar kennelijk zeer strikte regeltjes voor, waarbij je geen behoefte hebt om je af te vragen hoe jouw opmerkingen bij mij tot nieuwe opmerkingen kunnen leiden.
    Wel, het is jouw blog, en jij bepaalt de spelregels. Dus ik zal me er naar gedragen. Dat is niet zo moeilijk, want het is dan voor mij niet meer zo geweldig interessant om met jou over die dingen te praten. En als jij wel mag zwerven maar ik niet, dus als het plezier van het filosofisch meanderen wegvalt, tja … ik ben het helemaal met je conclusie eens: dan gaat er voor mij geen enkel belang verloren als ik niet meer met jou in discussie ga.

    Ik zal jou daar ook niet meer mee lastig vallen.
    Maar, beloofd is beloofd, ik zal nog even aangeven wat ik probeerde te signaleren. Een, naar mijn smaak, lacune in het denken van Hume, dat bij jou tot een lacune leidt. En een inconsistentie. Voor wat het waard is.

    Hume vindt een horloge op de hei en laat Cleanthes en Philo uitzoeken of je nu ergens van kunt spreken. Rare benadering, Je zou zeggen, ga naar de eigenaar van het horloge, vraag hem waar hij dat gehaald heeft, en als je op die manier bij de bron bent gekomen kun je vaststellen welke properties je aan dat horloge kunt toekennen. Hier wordt een beetje wetenschap bedreven door heftig in een kleine ruimte te gaan discussiëren – in Hume’s kop wel te verstaan – en geheel zonder enige waarneming tot conclusies te komen. Ook een methode natuurlijk – die ook nog werkt, want je ziet dat latere wetenschappers er mee weglopen.
    Maar je had het nog simpeler kunnen beoordelen. Als Cleanthes tegen Philo had gezegd: prima, ik kan niet zeggen dat het design is, maar jij kunt niet zeggen dat het non-design is – wel, daarmee was de leegte van het argument aangetoond.
    Gebakken lucht dus. Van Hume.
    Persoonlijk zie ik liever Arendsoog en Witte Veder spoorzoeken, of Sherlock Holmes en Watson een moordenaar achterna gaan.

    Ik ben een boon als ik nu snap dat deze opmerking van mij helemaal niets, maar dan ook absoluut niets te maken zou hebben met de inhoud van jouw post.

    Die inconsistentie heeft te maken met jouw design explanation. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat je Hume met instemming tevoorschijn roept. Maar jij hebt de canon verrijkt met deze term, waarbij je concludeert: Design explanations address the question of why it is more useful to certain organisms to have a trait they have rather than some conceivable alternative. Ofwel, jij spreekt over design terwijl je het over natuur hebt. En dat gaat dan over doelgericht evolueren, why, en over kwaliteitsgericht evolueren, more useful. Terwijl we van de evolutie twee dingen als vaststaand aannemen: het is niet doelgericht, en het gaat niet over kwaliteit.

    Ik ben een boon als ik nu snap dat deze opmerking van mij helemaal niets, maar dan ook absoluut niets te maken zou hebben met de inhoud van jouw post.

    Ik begrijp wel dat ik geen goed kan doen bij jou met deze opmerkingen. Wel, ooit zijn we samen in een hoogtonige discussie terecht gekomen over mansplaining: oorzaak van de irritatie die bij vrouwen optreedt als mannen iets gaan uitleggen. Misschien een idee, Arno, dat jij nog eens je filosofische denken los laat op “scienceplaining”?

    Like

  15. #15 door Arno Wouters op 2 februari 2016 - 16:20

    Bedankt voor je poging tot uitleg Leonardo. Kennelijk heeft de naam van mijn blog, net als de term ‘design explanation’ en het gebruik van het woordje ‘why’, je op het verkeerde been gezet. Ik ben meer van de vierkante millimeter dan van de vergezichten en één van de centrale conclusies van mijn analyse van functionele verklaringen in de hedendaagse biologie (tot vervelens toe herhaald in bijna alle stukken die ik erover schreef): functionele verklaringen zeggen niets over het ontstaan van de te verklaren verschijnselen. Functionele verklaringen gaan dus volgens mij niet over evolutie en al helemaal niet over doelgericht of kwaliteitsgericht evolueren. Ik begrijp dat je niet gecharmeerd bent van Hume, maar zie nog steeds niet wat dat te maken heeft met mijn stelling dat Paley’s horloge op de hei (het is Paley, niet Hume die over een horloge op de hei begint) deel uit maakt van een poging Hume’s kritiek onschadelijk te maken ter inleiding van een apologetisch werk en niet zoals vaak gedacht wordt als analogie-argument in een verklaring van biologische verschijnselen. Het is je dus niet gelukt mij uit te leggen wat Dutrochets notie van organisatie, mijn analyse van functionele verklaringen en jouw afkeer van Hume met mijn stuk te maken hebben. Zand erover dus.

    Like

  16. #16 door Arno Wouters op 2 februari 2016 - 21:36

    Harry #11:

    Die pay wall voor je artikel is liefst 25 euro hoog. Veel auteurs weten dit soort obstakels te omzeilen door gewoon een pdf te sturen op verzoek, of ze hebben vaak ook nog een ‘auteursversie’ , een ‘pre-print’ versie.

    Inderdaad, idioot hoog dat bedrag. Helaas heb ik het auteursrecht af moeten staan aan de uitgever van het boek waarin het artikel opgenomen is en staat het contract met de uitgever me niet toe een auteursversie of preprint op het web te zetten, anders had ik dat natuurlijk wel gedaan.

    Verder wil ik jou en andere lezers even wijzen op de volgende passage uit de richtlijnen van dit blog:

    • Dit blog is niet bedoeld voor verzoeken om artikelen op te sturen of op het web te plaatsen, gebruik daar de e-mail voor.
    • S.v.p. geen links naar illegale downloads

    Like

  1. De schijn van ontwerp | Zwervende gedachten
%d bloggers liken dit: