De schijn van ontwerp

Sommige natuurlijke objecten zien er uit alsof ze doelbewust ontworpen zijn. Er zijn wetenschappers die beweren dat deze schijn van ontwerp alleen verklaard kan worden als het resultaat van natuurlijke selectie. Ik heb daar zo mijn twijfels over.

De Ajdovska van Prisank

DSCI0904

Afgelopen zomer stuitte ik in de buurt van de Vršič Pass in de Julische Alpen (Slovenië) op deze opmerkelijke rotsformatie.

Volgens de overlevering gaat het om het gezicht van een reuzenmeisje (Ajdovska) dat zich de toorn van haar zusters op de hals heeft gehaald. Het meisje beschermde de herders en kooplieden in het gebergte tegen onweer, lawines en andere ongein, wees ze de weg als ze verdwaald waren en kon het lot van pasgeborenen bepalen. Op een dag beloofde zij een jong koppel dat hun zoon op zou groeien tot een groot jager, zo moedig en dapper als er nog nooit geleefd zou hebben. Hij zou de sporen van de gems met de gouden hoorn (Zlatorog) tot op de steilste hellingen en in de diepste kloven volgen en het dier uiteindelijk neerschieten. Haar zusters waren woedend over deze beschikking1 en namen wraak door het meisje tegen de rots te plakken.

De mensen aan wie ik de foto laat zien, zijn er doorgaans maar moeilijk van te overtuigen dat het hier om een natuurlijke rotsformatie gaat. Ze denken in eerste instantie aan een menselijk maaksel, zoiets als de grotschilderingen van Lascaux of de hunebedden in Drenthe. Anderen denken aan moderne landschapskunst. Pas als ik vertel dat ik de foto maakte op minstens 2 km. afstand van het gezicht, met een eenvoudig toestel zonder telelens, wordt mijn suggestie serieus genomen.

Natuurlijke selectie als verklaring van apparent design

In zijn Twelve Days of Evolution: #1: What’s evolution? bekritiseert evolutiebioloog Jerry Coyne een filmpje van twee minuten waarin bioloog Joe Hanson uitlegt wat evolutie is. Coyne’s kritiek is volkomen terecht: Hanson identificeert evolutie ten onrechte met natuurlijke selectie en laat belangrijke aspecten van evolutie achterwege.

Coyne beschrijft vervolgens hoe hij het idee van evolutie in twee minuten uitgelegd zou willen zien. Hij zou er op wijzen dat het geen individuen maar lineages (populaties) zijn die evolueren, dat die evolutie twee aspecten kent nl. genetische verandering binnen lineages en het splijten van lineages, dat evolutie een langzaam en geleidelijk proces is en dat al het huidige leven afstamt van een enkele levensvorm die 3-4 miljard jaar geleden leefde. Tenslotte (en daar gaat het me hier om) zou hij benadrukken dat natuurlijke selectie het enige proces is dat de schijn van ontwerp kan verklaren:

The only process that can produce the appearance of design that so amazes and delights us is natural selection: the differential ability of genes to get themselves copied into the next generation. But there are also processes beyond natural selection that cause evolution, including genetic drift. Those processes, however, don’t cause adaptation.

Door dit slot maakt Coyne’s aanvankelijke kritiek dat evolutie niet met natuurlijke selectie geïdentificeerd mag worden een enigszins hypocriete indruk. ‘Evolutie is niet hetzelfde als natuurlijke selectie,’ lijkt hij te zeggen, ‘maar natuurlijke selectie is wel het enige evolutionaire proces dat er werkelijk toe doet.’

Als het echt zo is dat natuurlijke selectie volstaat ter verklaring van de appearance of design van het leven en als de verklaring van die appearance inderdaad de belangrijkste prestatie van de evolutietheorie is, dan is het muggenzifterij om een filmpje van twee minuten te bekritiseren omdat de obligate verwijzing naar “genetic drift” ontbreekt.

Het idee (van Coyne en vele anderen)2 dat natuurlijke selectie speciale aandacht verdient omdat het het enige proces is dat de appearance of design van het leven kan verklaren is echter, zoals ik in de rest van deze post zal betogen, problematisch en misleidend.

De indruk van ontwerp ligt in het oog van de aanschouwer

Zoals ik in mijn vorige post besprak, is de notie van apparent design ontleent aan William Paley’s Natural Theology (1802), een “cumulatief argument” voor Paley’s opvatting dat de studie van de wereld ons leert dat deze ontworpen is door een goede, kundige en wijze Schepper.

De kern van Paley’s argument to design is het idee dat je de ontstaanswijze van een voorwerp af kunt lezen aan de manier waarop het in elkaar zit en werkt, zonder dat je daadwerkelijk kennis hoeft te hebben van de geschiedenis van dat voorwerp. Niets in de bouw van een steen, zo zegt hij, wijst erop dat deze niet door een combinatie van toeval en fysische en chemische veroorzaking ontstaan kan zijn. Wie een horloge bestudeert zal daarentegen onvermijdelijk tot de conclusie komen dat het ontworpen is, ook als je nooit eerder een horloge gezien hebt, nog nooit van horloges hebt gehoord, en nog nooit iemand ontmoette die iets dergelijks zou kunnen maken.

Ik geloof daar niets van.

Dat mijn vrienden de Ajdovska van Prisank in eerste instantie als ontworpen beschouwen, lijkt meer te maken te hebben met hun kennis van grotschilderingen en landschapskunst, dan met één of ander natuurlijk vermogen tot het herkennen van ontwerp. En als Paley’s lezers zonder ook maar iets van horloges af te weten, het horloge dat Paley op de heide vond als ontworpen herkennen, doen zij dit, naar ik vermoed, omdat het ding opgebouwd is uit radertjes en andere onderdelen waarvan bekend is dat ze door mensen gemaakt worden en niet spontaan ontstaan. Iemand die totaal onbekend is met wat mensen zoal maken, zal volgens mij op basis van Paley’s beschrijving, niet kunnen beoordelen of het gevonden voorwerp welbewust ontworpen is of door een blind natuurproces ontstond.

De schijn van ontwerp heeft daardoor iets weg van een herinnering aan de eerste zoen: bij de één wordt die opgeroepen door geurig hooi, bij een ander door Blondie die Denis zingt, bij een derde door een bepaalde manier van lachen.

De verklaring van de appearance of design van het leven, moet dan ook niet in de geschiedenis van het leven gezocht worden, maar in de geschiedenis van de personen die het leven als apparently designed ervaren. Het ontrafelen ervan is een klus voor psychologen en geschiedschrijvers, niet voor evolutiebiologen.

Het ontstaan van objecten met de appearance of design

Hedendaagse wetenschappers die de appearance of design met natuurlijke selectie verbinden, lijken echter, in navolging van Paley, het ontstaan van de indruk van ontwerp en het ontstaan van de objecten,3 verschijnselen of eigenschappen die die indruk wekken, op één hoop te gooien. Ze lijken, met Paley, te denken dat de indruk van ontwerp ontstaat door de manier waarop de objecten die ontworpen schijnen ontstaan. Ze lijken, met Paley, te denken dat die ontstaanswijze aan de voorwerpen af te lezen is. Maar terwijl Paley de schijn van ontwerp als teken van ontwerp beschouwt, ziet de wetenschappelijke Paleyaan in de schijn van ontwerp een teken van selectie.

Alsof ze denken dat het vermogen een herinnering aan de eerste zoen op te roepen zo bijzonder is dat alles wat dat vermogen heeft (de geur van hooi, Denis en die speciale lach) op eenzelfde, heel speciale manier ontstaan moet zijn.

Zoals de Ajdovska van Prisank, het mannetje in de maan, het hunebed van Rolde en mijn fiets aantonen is evolutie door natuurlijke selectie zeker niet het enige proces dat objecten met de appearance of design kan produceren. Het is zelfs niet het belangrijkste: in mijn dagelijkse omgeving (op straat, in mijn huis en in mijn tuin) zijn vrijwel alle voorwerpen die op mij als ontworpen overkomen voorzover ik weet ook daadwerkelijk het resultaat van processen waarin bewust ontwerp een belangrijke rol speelt.

Het is natuurlijk niet per definitie uitgesloten dat er een zekere overeenkomst bestaat tussen alle voorwerpen die sommige mensen als apparently designed ervaren, net zoals er een zekere overeenkomst bestaat tussen de voorwerpen die (onder bepaalde condities) op bepaalde personen de indruk maken rood te zijn. Het loutere feit dat bepaalde eigenschappen bij een deel van de mensheid de indruk van ontwerp oproepen is echter geen goede grond voor die veronderstelling. Bovendien zijn er genoeg redenen om aan het bestaan van een dergelijke overeenkomst te twijfelen:

  • hetzelfde voorwerp of verschijnsel roept bij de één de indruk van ontwerp op en bij de ander niet
  • de eigenschappen die de indruk van ontwerp wekken, variëren van persoon tot persoon
  • het lijkt vooral van de geschiedenis van de aanschouwer af te hangen of een voorwerp al dan niet de indruk van ontwerp oproept

Maar zelfs als de schijn van ontwerp meer weg zou blijken te hebben van de kleur rood dan van een herinnering aan de eerste zoen, is het misleidend om te vragen welk proces ten grondslag ligt aan de productie van de schijn van ontwerp. Die vraag suggereert dat aan het ontstaan van alle voorwerpen die ontworpen schijnen hetzelfde soort proces ten grondslag ligt en dat het karakter van dit proces ervoor zorgt dat die voorwerpen eigenschappen hebben die bij sommige mensen de schijn van ontwerp oproept. Het feit dat bepaalde voorwerpen de indruk maken een rode kleur te hebben, duidt niet op een overeenkomstige productiewijze en is geen goede reden om te veronderstellen dat die indruk ontstaat door de manier waarop ze geproduceerd worden. Waarom zou het feit dat regelmaat, orde, doelmatigheid, complexiteit, adaptatie en schoonheid bij een deel van de mensheid de indruk van ontwerp wekken dan wel een goede grond zijn voor de veronderstelling dat die indruk ontstaat door de manier waarop de voorwerpen die die indruk wekken ontstaan zijn?

Natuurlijke selectie produceert niets zonder reproductie en variatie

De associatie van apparent design en natuurlijke selectie is ook om een andere reden misleidend: ze suggereert, ten onrechte, dat natuurlijke selectie volstaat ter productie van de verschijnselen die Paley, Dawkins, Coyne en vele anderen als apparently designed beschouwen. Het is echter niet het proces van natuurlijke selectie op zichzelf dat objecten met de schijn van ontwerp produceert, maar de combinatie van reproductie, variatie en selectie.

Hoewel de mantra dat natuurlijke selectie het enige proces is dat de appearance of design van het leven kan produceren in hedendaagse inleidingen tot de evolutiebiologie eindeloos herhaald wordt, wordt die mantra zelden of nooit uitgelegd. De achterliggende gedachte is vermoedelijk dat reproductie en variatie wel een verklaring kunnen vormen voor veranderingen van de samenstelling van een populatie, maar niet voor het adaptieve karakter van veel van die veranderingen. In Darwins woorden: zonder natuurlijke selectie kunnen we niet verklaren “how the innumerable species inhabiting this world have been modified, so as to acquire that perfection of structure and coadaptation which most justly excites our admiration” (On the Origin of Species, p. 3).4

Het is echter hoogst misleidend om van ‘zonder selectie geen adaptatie of andere verschijnselen die de indruk van ontwerp wekken’ over te stappen op ‘apparent design wordt door selectie geproduceerd’. Alsof zich zonder reproductie en variatie vormen van apparent design zouden kunnen ontwikkelen! Wie zegt dat natuurlijke selectie het enige proces is dat de schijn van ontwerp van het leven kan produceren, maakt, in mijn eigen ogen, dezelfde fout als iemand die meent dat de uitkomst van de verkiezingen uitsluitend bepaald wordt door de gemeente waarvan de telling het laatste bekend wordt: ze suggereren, ten onrechte, dat de uiteindelijke uitkomst het product is van het laatste proces in een serie aaneengeschakelde processen.

Biologen die de rol van natuurlijke selectie als producent van apparent design benadrukken zijn natuurlijk niet zo dom om te denken dat natuurlijke selectie echt voldoende is voor de productie van adaptatie en andere vormen van apparent design. Zelfs de meest verwoede adaptationist is er zich heus wel van bewust dat het verloop van de evolutie van de beschikbare variatie afhangt.

In bredere kringen leidt de veronachtzaming van variatie echter al snel tot grove misvattingen, zoals het idee dat een kenmerk dat adaptief zou zijn, zich volgens Darwins theorie ook daadwerkelijk zou moeten ontwikkelen5 en het idee dat ‘de evolutietheorie’ stelt dat alle levensverschijnselen verklaard kunnen worden op basis van selectie, of eventueel selectie en drift.6

Alleen om die reden al zou een bioloog het woord ‘selectie’ nooit in de mond moeten nemen zonder ook variatie en reproductie te noemen. Zeker niet in inleidingen die voor een breed publiek bedoeld zijn.

Het wetenschappelijk belang van Darwins theorie

Zoals ik in mijn vorige post aangaf, was Darwins theorie van evolutie door natuurlijke selectie zoals uiteengezet in zijn On the Origin of Species (1859) cultureel van immens belang omdat het de ogen opende van het Britse intellectuele publiek voor de mogelijkheid van een naturalistische verklaring van de verschijnselen waar velen ontwerp in ontwaarden.

Het is echter absurd om Darwins wetenschappelijk belang met dit culturele effect te vereenzelvigen. Het idee van ontwerp fungeerde in Britse kringen in de eerste helft van de negentiende eeuw als legitimatie voor wetenschapsbeoefening, maar speelde geen inhoudelijke rol in de wetenschap. Niet in de Engelstalige wereld, niet in Frankrijk en al helemaal niet in de Duitssprekende wereld, het toenmalige hart van de biologie.7

Zoals wetenschapsfilosoof Philip Kitcher in “Darwin’s achievement” (1985) uiteenzet, is het wetenschappelijk belang van Darwins Origin gelegen in de introductie van een geheel nieuwe manier om het leven te begrijpen: nl. door naar de geschiedenis van lineages van organismen te kijken. Kitcher ziet de Origin als “one long argument” (een frase die hij aan p. 456 van de Origin ontleent) voor deze benadering die Darwin zelf bij herhaling karakteriseert als “descent with modification through natural selection”.

De Origin begint met een uiteenzetting van de variatie en selectie dynamiek die volgens Darwin aan de verandering van lineages ten grondslag ligt (hoofdstuk 1–5). Vervolgens (hoofdstuk 6–9) gaat Darwin uitgebreid in op een aantal verschijnselen die, op het eerste gezicht althans, een probleem vormen voor de opvatting dat lineages door variatie en selectie veranderen (complexe organen zoals het oog, het ontbreken van tussenvormen tussen hedendaagse soorten, het ontbreken van overgangsvormen in het fossielenbestand, instincten, hybridisatie etc). Tenslotte (hoofdstuk 10–13) laat hij zien hoe talloze verschijnselen die in de biologie van zijn tijd problemen opleverden of helemaal niet tot het terrein van de biologie gerekend werden, begrepen kunnen worden door de geschiedenis van de betrokken lineages van organismen na te trekken. Voor het overgrote deel gaat het hier om verschijnselen zoals de opeenvolging van fossielen in de aardlagen, de overeenkomsten tussen soorten op eilanden en het aangrenzende vaste land, patronen in de systematiek, morfologische overeenkomsten binnen taxa, rudimentaire organen etc. Dit zijn verschijnselen die begrepen kunnen worden op basis van descent with modification, zonder een beroep om het mechanisme van die verandering. Natuurlijke selectie is hier van belang omdat het verklaart hoe het kan dat er verandering optreedt, maar het speelt geen rol in de specifieke verklaring van het verschijnsel op basis van descent with modification.

Door het voor te stellen alsof Darwins bijdrage aan de biologie vooral gelegen is in de verklaring van de schijn van ontwerp, wordt aan het belang van zijn werk voor de ontwikkeling van de biologie dus ernstig tekort gedaan.

Conclusie

Gepraat over de appearance of design van het leven is problematisch en misleidend. Het maakt het verleidelijk om te denken dat we aan de bouw en werking van een kenmerk of onderdeel van een organisme kunnen zien dat het door selectie ontstaan is. Het leidt er toe dat we een evolutionaire verklaring gaan zoeken voor iets dat in de psychologie en de geschiedschrijving thuishoort. Het leidt er toe dat we verschijnselen zoals regelmaat, orde, doelmatigheid, complexiteit, adaptatie en schoonheid a priori op één hoop gooien. Het leidt tot een onterechte en misleidende nadruk op natuurlijke selectie. Het leidt er toe dat we het wetenschappelijk belang van Darwins theorie ernstig onderschatten. En het wekt, ten onrechte, de indruk dat de hedendaagse evolutiebiologie gecentreerd is rond de pre-occupaties van victoriaanse intellectuelen halverwege de negentiende eeuw.

We kunnen deze erfenis van Paley daarom maar beter naar de schroothoop brengen.

Geraadpleegde literatuur


  1. De Zlatorog was de bron van rijkdom in de streek. Zijn dood zou het einde betekenen van al het moois en lieflijks dat het gebergte te bieden had. 
  2. Futuyma Evolutie (3e druk, 2013), een van de meest gebruikte inleidingen in de evolutiebiologie, zegt ter inleiding op hoofdstuk 11 “Natural Selection and Adaptation”: “Natural selection is a simple concept, but it is perhaps the most important idea in biology. It is also one of the most important ideas in the history of human thought … for it explains the apparent design of the living world without recourse to a supernatural, omnipotent designer” (p. 281). 
  3. Ik gebruik ‘object’ en ‘voorwerp’ in dit stuk in een ruime zin. Behalve voorwerpen in de gebruikelijke zin van het woord reken ik ook organismen, hun organen en andere delen tot de voorwerpen. 
  4. Er valt over te twisten in welke zin en in welke mate natuurlijke selectie in combinatie met reproductie en variatie tot perfectie en co-adaptatie leidt (zie bijvoorbeeld John O. Reiss Not By Design: Retiring Darwin’s Watchmaker, Berkeley, 2009) maar dat ga ik hier niet doen. 
  5. Een markant voorbeeld is te vinden in deze gastbijdrage van filosoof René van Woudenberg op het blog van Taede Smedes (zie commentaar #10). 
  6. Een markant voorbeeld is het proefschrift van Joris van Rossum, een zelfverklaard evolutiebioloog die aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de VU promoveerde (zie mijn gastbijdrage ‘Van Rossums Rode Haring‘ op het blog van Gert Korthof). 
  7. In de Origin komt de term ‘design’ maar één keer voor, nl. in het concluderende hoofdstuk op p. 482 waar Darwin constateert dat het erg makkelijk is om onwetendheid te verhullen met uitdrukkingen als “plan of creation” en “unity of design”. Deze uitdrukkingen zijn ontleent aan de structuralistische biologie van Darwins tijdgenoot Richard Owen (die die termen hoogstwaarschijnlijk alleen maar gebruikte om zijn anglicaanse broodheren naar de mond te praten) en hebben niets van doen met Paley’s notie van apparent design
Advertenties

, , , ,

  1. Een reactie plaatsen

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: